De Raad van State deed recent een vernietigende uitspraak over coffeeshops met
een stash. De beruchte Wet Bibob werd van stal gehaald om een coffeeshop
waarvan de exploitant een stash in huis had definitief te sluiten. Coffeeshophouders
dienen op hun hoede te zijn voor dit hoogste orgaan van het bestuursrecht.

De feiten

De gedoogbeschikking was al in 2018 van rechtswege verlopen. De
exploitatievergunning werd in 2020 ingetrokken. In november 2020 moest de
coffeeshop de deuren sluiten. De eigenaar van de Waalwijkse coffeeshop bewaarde
thuis zijn stash van 52,44 kilo hennep en 7,06 kilo hasj.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is pexels-kindelmedia-7773109-1024x768.jpg

De Raad van State vond op grond van deze stash dat er een ernstig gevaar was dat de vergunning en gedoogverklaring zouden worden gebruikt om andere strafbare feiten mee te plegen dan die waarop de gedoogverklaring betrekking had: de verkoop van wiet in de coffeeshop. Deze strafbare feiten bestaan uit het hebben van
een stash thuis en witwassen.

Dat een stash noodzakelijk is om een goed lopende coffeeshop bij te kunnen vullen
en onlosmakelijk deel uitmaakt van het gedoogbeleid deed niet ter zake. Het Bibob
argument dat een vergunning ook wordt gebruikt om strafbare feiten buiten de
coffeeshop te plegen is wonderlijk genoeg voldoende voor sluiting. Nu dit oordeel is geveld door de hoogste bestuursrechter is het doek gevallen en moest de coffeeshop sluiten.

Dat de Raad van State de coffeeshopbranche niet goed gezind is, blijkt uit het feit dat
in de Waalwijkse zaak de gedoogverklaring van rechtswege al was verlopen en er
dus niets viel in te trekken. Voor alle duidelijkheid overwoog de Raad van State dat,
als er nog wel een geldige gedoogverklaring was geweest, de hoeveelheid wiet in de
woning ruimschoots de maximale handelsvoorraad van 500 gram overschrijdt. Dit
leidt tot een ernstig gevaar dat met de gedoogverklaring strafbare feiten worden
gepleegd, aldus de Raad. De stash buiten de coffeeshop valt gewoon onder het begrip handelsvoorraad in de coffeeshop, vond de hoogste bestuursrechter. Deze recente uitspraak kan heel goed in het straatje passen van een kwaadwillige burgemeester die zijn eigen oorlogje tegen de coffeeshops wil voeren

Op het parkeertrede rechtbank Almere gaan ze voor halve vrijspraak.

Strafrechter toont wel begrip

Als de eigenaar zich voor de strafrechter had moeten verantwoorden dan was de kans erg groot geweest dat hij zonder straf naar huis mocht gaan. De strafrechter heeft namelijk wel realiteitsbesef, in tegenstelling tot de Raad van State.

Zie bijvoorbeeld het vergelijkbare voorbeeld in Amsterdam alwaar Henry Dekker zich vorig jaar voor het gerechtshof moest verantwoorden omdat hij een vergelijkbare voorraad thuis bewaarde. De Amsterdamse exploitant werd barmhartig geroemd door het Gerechtshof dat hem steevast ‘bonafide coffeeshophouder’ noemde. Hij had zijn sporen overtuigend gediend en werd niet gestraft. Het Amsterdamse Openbaar Ministerie moest uitvoerig tekst en uitleg geven over het nut en doel om een coffeeshophouder strafrechtelijk te vervolgen voor een feit dat onlosmakelijk verband houdt met de exploitatie van vijf coffeeshops waarvoor een vergunning en gedoogverklaring is verstrekt.

Iedere coffeeshophouder die decennialang heeft getoond dat hij op onberispelijke
wijze zijn werk doet, zoals Henry Dekker, heeft desondanks veel te vrezen als hij de
trappen van de Raad van State opgaat. Wees op je hoede, bestuursrecht is niet voor
de burger bedacht en al helemaal niet voor coffeeshophouders!